Oudheid
Constantijn straft de aanval op tot het christendom bekeerde personen met de dood en verbiedt Joden christelijke slaven te bezitten
315·Empire romain
De balans wordt weergegeven zoals de bron die opschrijft — nooit afgerond, nooit bij een andere opgeteld. De balansen overlappen elkaar van de ene gebeurtenis op de andere.
In het Romeinse Rijk straft Constantin met de dood wie ook maar een Jood aanvalt die zich tot het christendom heeft bekeerd, en verbiedt tegelijkertijd aan Joden om christelijke slaven te bezitten of hun slaven te besnijden. De eerste bepaling beschermt degene die uittreedt, de tweede sluit de toegang.
Het verbod op christelijke slaven lijkt technisch van aard; in de praktijk was het een van de zwaarste maatregelen van het keizerlijk recht, doordat het Joden geleidelijk uitsloot van de domaniale landbouw en de grote handel, waar lijfeigenen als werkkracht de norm waren. De latere wetboeken versterkten dit verbod alleen maar.
- Periode :
- Oudheid
- Aard :
- Massamoord
- Regio :
- West-Europa
- Land :
- Empire romain
Code théodosien ; Eusèbe de Césarée, Vie de Constantin.