13de–14de eeuwen
Beschuldiging van rituele moord, massacre
1235·Fulda
De balans wordt weergegeven zoals de bron die opschrijft — nooit afgerond, nooit bij een andere opgeteld. De balansen overlappen elkaar van de ene gebeurtenis op de andere.
Met Kerstmis verbrandde het huis van een molenaar bij Fulda en zijn zonen kwamen daarbij om het leven. De beschuldiging die tegen de Joden van de stad werd ingebracht, beperkte zich niet tot moord: men beweerde dat zij het bloed van de kinderen hadden verzameld voor eigen gebruik. Het is de eerste keer dat bloed de kern vormt van de beschuldiging, en in deze vorm zou zij zich gedurende zeven eeuwen verspreiden.
De lichamen werden naar Hagenau gebracht, voor keizer Frederik II, die weigerde alleen uitspraak te doen. Hij riep een vergadering bijeen van geleerden en bekeerlingen uit heel het Westen, vroeg hun wat de joodse Wet over bloed voorschreef, en vaardigde het jaar daarop een privilege uit waarin hij de Joden van het Keizerrijk onschuldig verklaarde aan deze beschuldiging en verbood haar opnieuw op te werpen.
Het document veranderde niets: de beschuldiging van rituele moord dook opnieuw op te Valréas, te München, te Oberwesel, en de pauselijke zetel moest haar op haar beurt veroordelen.
- Periode :
- 13de–14de eeuwen
- Aard :
- Massamoord
- Regio :
- West-Europa
- Land :
- Allemagne
*Annales d'Erfurt* ; *Annales Marbacenses* ; privilège de Frédéric II (1236).