Oudheid
Uitzetting van de Joodse stammen der Banu Qaynuqa (624) en der Banu Nadir (625) na het beleg van hun wijken
624-625·Médine
De balans wordt weergegeven zoals de bron die opschrijft — nooit afgerond, nooit bij een andere opgeteld. De balansen overlappen elkaar van de ene gebeurtenis op de andere.
Bij de komst van Mohammed hielden drie joodse stammen — de Banu Qaynuqa, de Banu Nadir en de Banu Qurayza — versterkte wijken en palmentuinen in Medina. Na de slag bij Badr dient een marktincident als voorwendsel voor het beleg van de wijk van de Banu Qaynuqa in 624: de stam capituleert en verlaat de stad richting Syrië.
Het jaar daarop, in 625, worden de Banu Nadir op hun beurt belegerd en gedwongen te vertrekken naar Khaybar, waarbij zij hun gronden en palmentuinen achterlaten. Deze opeenvolgende verdrijvingen, overgeleverd door de Sira van Ibn Ishaq en door de korancommentaren, maken binnen enkele jaren een einde aan een van oudsher geattesteerde joodse aanwezigheid in de oase.
- Periode :
- Oudheid
- Aard :
- Verbanningen
- Regio :
- Nabije en Midden-Oosten
- Land :
- Arabie saoudite
Ibn Ishaq, *Sirat Rasul Allah*, version d'Ibn Hisham ; al-Waqidi, *Kitab al-Maghazi* ; Michael Lecker, *Muslims, Jews and Pagans*.