13de–14de eeuwen
Beschuldiging van rituele moord, Joden gefolterd en verbrand
1247·Valréas
De balans wordt weergegeven zoals de bron die opschrijft — nooit afgerond, nooit bij een andere opgeteld. De balansen overlappen elkaar van de ene gebeurtenis op de andere.
Het lichaam van een meisje werd kort voor Pasen gevonden in een sloot bij Valréas. De Joden van het kleine Comtadijnse stadje werden gearresteerd, aan de pijnbank onderworpen en verbrand na afgedwongen bekentenissen.
De gemeenschappen van het Comtat wendden zich tot de paus. Innocentius IV, die toen in Lyon verbleef, antwoordde met twee bullen: de ene herinnert de prelaten aan de bescherming die de Joden toekomt, de andere, gericht aan de prelaten van Duitsland, verklaart in klare bewoordingen dat de beschuldiging van rituele moord een verzinsel is bedoeld om zich meester te maken van hun bezittingen, en verbiedt er gevolg aan te geven.
Valréas is een van de zeldzame gevallen waarin men het volledige mechanisme ziet: het gerucht, de foltering, de bekentenis, de brandstapel — en dan de autoriteit die de procedure veroordeelt nadat de veroordeelden dood zijn.
- Periode :
- 13de–14de eeuwen
- Aard :
- Massamoord
- Regio :
- West-Europa
- Land :
- France
Bulles d'Innocent IV (1247) ; archives du comtat Venaissin.