13de–14de eeuwen
Paaspogroм
1389·Prague
De balans wordt weergegeven zoals de bron die opschrijft — nooit afgerond, nooit bij een andere opgeteld. De balansen overlappen elkaar van de ene gebeurtenis op de andere.
Op Paaszondag beweerde een priester die het heilig sacrament droeg in de Oude Stad geslagen te zijn door joodse kinderen. De stad kwam in opstand tegen de gemeenschap van Praag, een van de oudste in Midden-Europa.
De wijk werd in brand gestoken, de synagoge opengebroken, de Torarollen verscheurd, het kerkhof geschonden. Koning Wenceslas IV was afwezig; bij zijn terugkeer eiste hij wat er nog resteerde van de bezittingen op, met de bewering dat zij hem toebehoorden.
Rabbi Avigdor Kara, die het overleefde, stelde een elegie op — *Et kol ha-tela'ah*, „Dit alles is over ons gekomen" — die de taferelen één voor één beschrijft. Zij wordt sindsdien op Jom Kippur gelezen in de synagogen van Praag, en de grafsteen van Avigdor Kara, de oudste van het oude joodse kerkhof, is nog altijd te zien.
- Periode :
- 13de–14de eeuwen
- Aard :
- Pogrom
- Regio :
- Centraal- en Oost-Europa
- Land :
- Tchéquie
Avigdor Kara, élégie « Et kol ha-tela'ah » ; chroniques de Bohême.