- Hebreeuwse naam
- וַיֵּלֶךְ
- Boek
- Deuteronomium
- Verzen
- Dt 31,1–30
- Haftara
- Is 55,6–56,8
Mozes schrijft de Wet op, vertrouwt deze toe aan de Levieten en beveelt dat deze voor al het volk wordt gelezen — mannen, vrouwen, kinderen en vreemdelingen — elke zeven jaar. Een schriftelijk depot, een bewaarplek, een periodieke openbare lezing: het archiefapparaat is compleet, en het omvat expliciet degenen die nog niet zullen begrijpen.