- Hebreeuwse naam
- הַאֲזִינוּ
- Boek
- Deuteronomium
- Verzen
- Dt 32,1–52
- Haftara
- 2 S 22,1–51
Mozes laat een gedicht na, en de tekst zegt waarom: opdat het getuige zal zijn wanneer men vergeten zal zijn. De poëtische vorm wordt gekozen omdat zij zich inprents — de lange herinnering gaat eerder via het lied dan via de proza. « Herdenk de dagen van weleer, vraag uw vader, hij zal het u vertellen »: het meest expliciete genealogische gebod van de Torah.