- Hebreeuwse naam
- וַיְחִי
- Boek
- Genesis
- Verzen
- Gn 47,28–50,26
- Haftara
- 1 R 2,1–12
Jacob zegent zijn zonen één voor één, en deze pagina wordt de matrix van alle tribale karakteriseringen: Juda de leeuw, Zabulon gericht op de zee, Levi zonder land. Hij kruist zijn handen om de jongste zoon van Jozef vóór de eerstgeborene te zegenen, en bevestigt opnieuw dat de volgorde van geboorte niet het lot bepaalt. Jozef doet zweren dat men zijn beenderen zal terugbrengen: de belofte van terugkeer wordt doorgegeven als een bruiklleen, voordat de ballingschap zelfs maar is begonnen.