Poéme d’Ephraim Al-Naqua en l’honneur de Moshé ben Maimon
Het Grote Boek met onze AI aanmakenregister Snijpunt · bewaarder, geen eigenaar
**Gedicht van Ephraïm Al-Naqua ter eer van Moshé ben Maïmon** Hebreeuws poëtisch werkstuk in 51 verzen, deze geleerde piyyut uitgegeven door Alexander Marx in 1935 (gedicht nr. 19 uit zijn reeks *Texts by and about Maimonides*) behoort tot de meest welsprekende verifieerde verdedigingen van de *Moreh Nevukhim* (Gids voor de Verdwaalde) uit de Sefardische milieus na de Maimonidische controverses. De Franse vertaling, verzorgd door David Encaoua in samenwerking met André Benzenou, geeft zowel de argumentatieve nauwkeurigheid als de allusieve dichtheid ervan weer. **Structuur en argumentatieve progressie.** Het gedicht ontvouwt zich volgens een architectuur in vijf bewegingen. De verzen 1 tot 14 prijzen de methode van de Gids: geleidelijke werkwijze, goed geordende tabel van hoofdstukken (v. 3), argumenten „zonder vervalsing noch verborgen bedrog" (v. 4), opheldering van de Targoem, de Séfirot en de namen der cherubijnen (vv. 6-13). De verzen 15 tot 18, polemisch, richten zich tegen de „grote rabbijn, zoon van Naḥman" — Naḥmanide (Ramban) — beschuldigd van tegen de Gids „diepe woorden maar weinig overtuigend" en „lichten die eerder verduisteren dan verlichten" in te brengen. De verzen 19 tot 33 tellen op: de kwesties opgelost door Maimonide: profetie en engelenverschijningen (vv. 21-22), zin der offeren (v. 23), rationele bewijzen voor Gods bestaan gesteund op Aristoteles (vv. 25-27), theodicee en het geheim van Job (vv. 28-30), gebed van de rechtvaardige en de zondaar (vv. 31-33). De verzen 34 tot 42 behandelen de *geheimen der schepping* (*ma'aseh bereshit*) en de *wagen van Ezechiël* (*ma'aseh merkavah*), vervolgens de geschiedenis der oorsprong — Adam, Eva, de slang, Kaïn, Abel, Seth — als matrix van de overdracht der talen en wijsheden. De verzen 43 tot 51 keren terug naar de polemiek: diskwalificatie der tegenstanders „met duistere woorden sprekend", zegen over Maimonide beloofd in de tuin van Eden, en uiteindelijk krooning van de *Gids* „voor zijn werk der ontmystificering". **Doctrinaire motieven.** Het gedicht kiest zonder dubbelzinnigheid partij voor de geldigheid der filosofische theologie tegen de uitsluitend kabbalistisch gelezen judaïsme. Drie stellingen worden er verdedigd: (1) de *aristotelische rede* is een geldig instrument voor de *Torah*, voorzover zij zich ondergeschikt maakt aan de openbaring (vv. 25-27); (2) de esoterische verhalen der Bijbel — *bereshit*, *merkavah*, offeren, profetie — zijn onderhevig aan een rationele uitlegging die hun heiligheid niet opheft maar verlicht (vv. 23, 34-36); (3) doctrinaire duisternis is geen deugd: tegen de Gids „ijdele woorden" inbrengen komt neer op verraad van het verstand (vv. 16-17, 43). Daarin situeert het gedicht zich in de lange nalatenschap der Maimonidische controverses (1232, 1305) en getuigt van hun verlenging in de Sefardische diaspora van de XIVᵉ-XVᵉ eeuwen, waar de verdediging van de *Moreh* een identiteitskenmerk is geworden tegenover anti-rationalistische stromingen in Provence en Catalonië. **Auteur en context.** Ephraïm Al-Naqua (Anqawa, Encaoua), geboren in Castilië rond 1359 en gestorven te Tlemcen in 1442, is de stichter van de joodse gemeente van Tlemcen na de vervolgingen van 1391 in Spanje. Arts, talmudist, zelf ook kabbalist — auteur van de *Sha'ar Kevod Hashem* — belichaamt hij deze late Sefardische paradox van een geleerde die de esoterische disciplines beheerst terwijl hij de geldigheid van het Maimonidische rationalisme verdedigt. Het graf van de *Rab* te Tlemcen is tot in de XXᵉ eeuw een groot bedevaartsoord van het Noord-Afrikaanse judaïsme gebleven. **Bron en tekstvaststelling.** Het gedicht werd uitgegeven door Alexander Marx in *The Jewish Quarterly Review*, New Series, deel 25, nr. 4 (april 1935), binnen een dossier Hebreeuws materiaal betrekking hebbend op Maimonide. De onderhavige Franse vertaling, naar onze kennis de eerste, is vastgesteld door David Encaoua met eerdere bijstand van André Benzenou.
Een boek dat nog geschreven moet worden
Dit Grote Boek is nog niet geschreven. De redactie begint hier meteen: Claude schrijft een origineel werk op basis van de archiefstukken uit het corpus en van webonderzoek, en verrijkt het daarna met elke nieuw aangedragen bron.
🔗 Cite / link this page
Copy any of these formats to cite this page or link to it.
Link
https://zakhor.ai/nl/grands-livres/textes/poeme-d-ephraim-al-naqua-en-l-honneur-de-moshe-ben-maimonHTML
<a href="https://zakhor.ai/nl/grands-livres/textes/poeme-d-ephraim-al-naqua-en-l-honneur-de-moshe-ben-maimon">Poéme d’Ephraim Al-Naqua en l’honneur de Moshé ben Maimon — Zakhor</a>Citation
Poéme d’Ephraim Al-Naqua en l’honneur de Moshé ben Maimon — Zakhor, https://zakhor.ai/nl/grands-livres/textes/poeme-d-ephraim-al-naqua-en-l-honneur-de-moshe-ben-maimon