- Hebreeuwse naam
- תַזְרִיעַ
- Boek
- Leviticus
- Verzen
- Lv 12,1–13,59
- Haftara
- 2 R 4,42–5,19
De priester oefent daar een functie van onderzoek en isolatie uit: de tekst organiseert, met nauwgezette zorg, de tijdelijke afzondering en vervolgens de herintegratie. De rabbijnse traditie heeft de tsaraat gelezen als een aandoening die verband houdt met boosaardig spreken, waardoor deze hoofdstukken een verhandeling werden over de schadelijke effecten van taal in een gemeenschap — een bezorgdheid die door alle Joodse moraalfilosofische literatuur heen zou lopen.