- Hebreeuwse naam
- בְּשַׁלַּח
- Boek
- Exodus
- Verzen
- Ex 13,17–17,16
- Haftara
- Jg 4,4–5,31
Het Lied aan de zee is één van de oudste poëtische fragmenten van de Bijbel, en Mirjam leidt daarin de vrouwen met de tamboerijnen — een vrouwelijke stem aan de oorsprong van de liturgie. De haftara geeft het lied van Debora, een ander groot figuur: de traditie heeft de twee aan elkaar gekoppeld. Amalek, die de achterblijvers aanvalt, wordt de naam van de dreiging die terugkeert; de Joodse herinnering zal het bij elke vervolging opnieuw gebruiken.